Vertaling van waag

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
waag [v] {zn.}
waag [v] {zn.}
Waag wat gewaagd moet worden
Waag wat gewaagd moet worden
waag [v], waagstuk, stunt {zn.}
waag [v]
waagstuk
stunt {zn.}
risico, waag [v], waagstuk, gewaagdheid [v] {zn.}
risico
waag [v]
waagstuk
gewaagdheid [v] {zn.}
Risico in uitstel
Risico in uitstel
Ik wil niet het risico lopen het te verliezen.
Ik wil niet het risico lopen het te verliezen.
waag [m] (de ~) {zn.}
waag [m] (de ~) {zn.}
balans [v], waag [v], weegschaal [m] {zn.}
balans [v]
waag [v]
weegschaal [m] {zn.}
De muziek is in balans met de structuur van de film.
De muziek is in balans met de structuur van de film.
Het leven is als fietsen. Om in balans te blijven moet je in beweging blijven.
Het leven is als fietsen. Om in balans te blijven moet je in beweging blijven.
wagen, risico lopen, riskeren, op het spel zetten, kans lopen {ww.}
wagen
risico lopen
riskeren
op het spel zetten
kans lopen {ww.}

ik riskeer
jij riskeert
hij/zij/het riskeert

ik waag
jij waagt
hij/zij/het waagt
» meer vervoegingen van wagen

Hij heeft een buitenlandse wagen.
Hij heeft een buitenlandse wagen.
Mijn vader en meneer Kimura hebben dezelfde wagen.
Mijn vader en meneer Kimura hebben dezelfde wagen.
wagen, zich vermetelen {ww.}
wagen
zich vermetelen {ww.}

ik waag
jij waagt
hij/zij/het waagt

ik waag
jij waagt
hij/zij/het waagt
» meer vervoegingen van wagen

Men moet het paard niet achter de wagen spannen.
Men moet het paard niet achter de wagen spannen.
Jij bent het derde wiel aan de wagen.
Jij bent het derde wiel aan de wagen.
bestaan, durven, wagen {ww.}
bestaan
durven
wagen {ww.}

ik besta
jij bestaat
hij/zij/het bestaat

ik besta
jij bestaat
hij/zij/het bestaat
» meer vervoegingen van bestaan

wagen, riskeren {ww.}
wagen
riskeren {ww.}

ik riskeer
jij riskeert
hij/zij/het riskeert

ik waag
jij waagt
hij/zij/het waagt
» meer vervoegingen van wagen

Vertel me alstublieft waar ik mijn wagen moet parkeren.
Vertel me alstublieft waar ik mijn wagen moet parkeren.