Vertaling van rumoeren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
leven maken, lawaai maken, te keer gaan, rumoeren, rommelen, denderen, aangaan {ww.}
leven maken
lawaai maken
te keer gaan
rumoeren
rommelen
denderen
aangaan {ww.}
lawaai maken
te keer gaan
rumoeren
rommelen
denderen
aangaan {ww.}
ik ga aan
jij gaat aan
hij/zij/het gaat aan
ik rumoer
jij rumoert
hij/zij/het rumoert
» meer vervoegingen van rumoeren
lawaaien, rumoeren {ww.}
lawaaien
rumoeren {ww.}
rumoeren {ww.}
ik lawaai
jij lawaait
hij/zij/het lawaait
ik lawaai
jij lawaait
hij/zij/het lawaait
» meer vervoegingen van lawaaien