Vertaling van rommelen
ik rommel
jij rommelt
hij/zij/het rommelt
ik rommel
jij rommelt
hij/zij/het rommelt
» meer vervoegingen van rommelen
wroeten
nasnuffelen {ww.}
ik snuffel na
jij snuffelt na
hij/zij/het snuffelt na
ik rommel
jij rommelt
hij/zij/het rommelt
» meer vervoegingen van rommelen
ik rommel
jij rommelt
hij/zij/het rommelt
ik rommel
jij rommelt
hij/zij/het rommelt
» meer vervoegingen van rommelen
lawaai maken
te keer gaan
rumoeren
rommelen
denderen
aangaan {ww.}
ik ga aan
jij gaat aan
hij/zij/het gaat aan
ik rumoer
jij rumoert
hij/zij/het rumoert
» meer vervoegingen van rumoeren
rommelen
in disorde brengen {ww.}
ik rommel
jij rommelt
hij/zij/het rommelt
ik rommel
jij rommelt
hij/zij/het rommelt
» meer vervoegingen van rommelen
klooien
wurmen
rommelen
pielen
otteren
modderen
aankloten
knoeien
klungelen
flodderen
broddelen
aanrommelen
aanmodderen
kloten
rotzooien
prutsen {ww.}
ik modder aan
jij moddert aan
hij/zij/het moddert aan
ik mier
jij miert
hij/zij/het miert
» meer vervoegingen van mieren
rommelen
scharrelen {ww.}
ik rommel
jij rommelt
hij/zij/het rommelt
ik scharrel rond
jij scharrelt rond
hij/zij/het scharrelt rond
» meer vervoegingen van rondscharrelen