Vertaling van samenvallen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
samenvallen {ww.}
samenvallen {ww.}

hij/zij/het zal samenvallen
hij/zij/het zal samenvallen
zij zult samenvallen

hij/zij/het zal samenvallen
hij/zij/het zal samenvallen
zij zult samenvallen
» meer vervoegingen van samenvallen

samenvallen {ww.}
samenvallen {ww.}

hij/zij/het zal samenvallen
hij/zij/het zal samenvallen
zij zult samenvallen

hij/zij/het zal samenvallen
hij/zij/het zal samenvallen
zij zult samenvallen
» meer vervoegingen van samenvallen

coïncideren, samenvallen {ww.}
coïncideren
samenvallen {ww.}

hij/zij/het zal coïncideren
zij zult coïncideren
hij/zij/het zal coïncideren

hij/zij/het zal coïncideren
zij zult coïncideren
hij/zij/het zal coïncideren
» meer vervoegingen van coïncideren



Gerelateerd aan samenvallen

coïnciderensamenkomen - passeren