Vertaling van scharrelen
ik scharrel
jij scharrelt
hij/zij/het scharrelt
ik scharrel
jij scharrelt
hij/zij/het scharrelt
» meer vervoegingen van scharrelen
vrijen
het hof maken {ww.}
ik scharrel
jij scharrelt
hij/zij/het scharrelt
ik scharrel
jij scharrelt
hij/zij/het scharrelt
» meer vervoegingen van scharrelen
ik scharrel
jij scharrelt
hij/zij/het scharrelt
ik scharrel
jij scharrelt
hij/zij/het scharrelt
» meer vervoegingen van scharrelen
scharrelen
friemelen {ww.}
ik friemel
jij friemelt
hij/zij/het friemelt
ik morrel
jij morrelt
hij/zij/het morrelt
» meer vervoegingen van morrelen
scharrelen
krauwen
klauwen {ww.}
ik klauw
jij klauwt
hij/zij/het klauwt
ik krab
jij krabt
hij/zij/het krabt
» meer vervoegingen van krabben
scharrelen
fladderen
flirten
aan de scharrel zijn {ww.}
ik fladder
jij fladdert
hij/zij/het fladdert
ik wapper
jij wappert
hij/zij/het wappert
» meer vervoegingen van wapperen