Vertaling van scheiden
ik scheid
jij scheidt
hij/zij/het scheidt
ik scheid
jij scheidt
hij/zij/het scheidt
» meer vervoegingen van scheiden
ik scheid
jij scheidt
hij/zij/het scheidt
ik scheid
jij scheidt
hij/zij/het scheidt
» meer vervoegingen van scheiden
schiften
afscheiden
afzonderen {ww.}
ik scheid af
jij scheidt af
hij/zij/het scheidt af
ik scheid
jij scheidt
hij/zij/het scheidt
» meer vervoegingen van scheiden
ik scheid
jij scheidt
hij/zij/het scheidt
ik scheid
jij scheidt
hij/zij/het scheidt
» meer vervoegingen van scheiden
zich verspreiden
vaneengaan
uiteengaan {ww.}
ik scheid
jij scheidt
hij/zij/het scheidt
ik scheid
jij scheidt
hij/zij/het scheidt
» meer vervoegingen van scheiden
Voorbeelden in zinsverband
Ik wil niet scheiden.
Ik wil niet scheiden.
Kan je fantasie en realiteit niet van elkaar scheiden?
Kan je fantasie en realiteit niet van elkaar scheiden?
Kan je fantasie en realiteit niet van elkaar scheiden?
Kan je fantasie en realiteit niet van elkaar scheiden?