Vertaling van schiften

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
schiften {ww.}
schiften {ww.}

ik schift
jij schift
hij/zij/het schift

ik schift
jij schift
hij/zij/het schift
» meer vervoegingen van schiften

schiften, selecteren {ww.}
schiften
selecteren {ww.}

ik schift
jij schift
hij/zij/het schift

ik schift
jij schift
hij/zij/het schift
» meer vervoegingen van schiften

schiften, geschift {ww.}
schiften
geschift {ww.}

ik schift
jij schift
hij/zij/het schift

ik schift
jij schift
hij/zij/het schift
» meer vervoegingen van schiften

scheiden, schiften, afscheiden, afzonderen {ww.}
scheiden
schiften
afscheiden
afzonderen {ww.}

ik scheid af
jij scheidt af
hij/zij/het scheidt af

ik scheid
jij scheidt
hij/zij/het scheidt
» meer vervoegingen van scheiden

Ik wil niet scheiden.
Ik wil niet scheiden.
Kan je fantasie en realiteit niet van elkaar scheiden?
Kan je fantasie en realiteit niet van elkaar scheiden?
stremmen, schiften {ww.}
stremmen
schiften {ww.}

ik schift
jij schift
hij/zij/het schift

ik strem
jij stremt
hij/zij/het stremt
» meer vervoegingen van stremmen



Gerelateerd aan schiften

selecteren - geschift - scheiden - afscheiden - afzonderen - stremmenhoop - klonteren