Vertaling van schim

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
schaduw [v], zweem [m], schim [v], lommer [o], afspiegeling [v] {zn.}
schaduw [v]
zweem [m]
schim [v]
lommer [o]
afspiegeling [v] {zn.}
Het is een schaduw.
Het is een schaduw.
Het was fris in de schaduw van de bomen.
Het was fris in de schaduw van de bomen.
geest, spook, verschijning, fantoom, schim, geestverschijning {zn.}
geest
spook
verschijning
fantoom
schim
geestverschijning {zn.}
Tom zag een spook.
Tom zag een spook.
Er waart een spook rond door Europa - het spook van het communisme.
Er waart een spook rond door Europa - het spook van het communisme.
schim [m] (de ~), schaduwgestalte {zn.}
schim [m] (de ~)
schaduwgestalte {zn.}
spook [o] (het ~), schim [m] (de ~), spookverschijning, geestverschijning [v] (de ~), fantoom [o] (het ~) {zn.}
spook [o] (het ~)
schim [m] (de ~)
spookverschijning
geestverschijning [v] (de ~)
fantoom [o] (het ~) {zn.}
Wat zou u doen als u een spook zou zien?
Wat zou u doen als u een spook zou zien?
schaduw [m] (de ~), schaduwbeeld [o] (het ~), schim [m] (de ~), afschaduwing {zn.}
schaduw [m] (de ~)
schaduwbeeld [o] (het ~)
schim [m] (de ~)
afschaduwing {zn.}
Ze zaten in de schaduw van die grote boom.
Ze zaten in de schaduw van die grote boom.
En als hij moe was, sliep hij in haar schaduw.
En als hij moe was, sliep hij in haar schaduw.