Vertaling van schaduw

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
schaduw [v], zweem [m], schim [v], lommer [o], afspiegeling [v] {zn.}
schaduw [v]
zweem [m]
schim [v]
lommer [o]
afspiegeling [v] {zn.}
Het is een schaduw.
Het is een schaduw.
Het was fris in de schaduw van de bomen.
Het was fris in de schaduw van de bomen.
schaduw {zn.}
schaduw {zn.}
Ze zaten in de schaduw van die grote boom.
Ze zaten in de schaduw van die grote boom.
En als hij moe was, sliep hij in haar schaduw.
En als hij moe was, sliep hij in haar schaduw.
schaduw [m] (de ~) {zn.}
schaduw [m] (de ~) {zn.}
Het meisje was bang voor haar eigen schaduw.
Het meisje was bang voor haar eigen schaduw.
schaduw [m] (de ~), schaduwbeeld [o] (het ~), schim [m] (de ~), afschaduwing {zn.}
schaduw [m] (de ~)
schaduwbeeld [o] (het ~)
schim [m] (de ~)
afschaduwing {zn.}
schaduwen, arceren {ww.}
schaduwen
arceren {ww.}

ik arceer
jij arceert
hij/zij/het arceert

ik schaduw
jij schaduwt
hij/zij/het schaduwt
» meer vervoegingen van schaduwen

schaduwen {ww.}
schaduwen {ww.}

ik schaduw
jij schaduwt
hij/zij/het schaduwt

ik schaduw
jij schaduwt
hij/zij/het schaduwt
» meer vervoegingen van schaduwen

arceren, schaduwen {ww.}
arceren
schaduwen {ww.}

ik arceer
jij arceert
hij/zij/het arceert

ik arceer
jij arceert
hij/zij/het arceert
» meer vervoegingen van arceren

schaduwen {ww.}
schaduwen {ww.}

ik schaduw
jij schaduwt
hij/zij/het schaduwt

ik schaduw
jij schaduwt
hij/zij/het schaduwt
» meer vervoegingen van schaduwen

schaduwen {ww.}
schaduwen {ww.}

ik schaduw
jij schaduwt
hij/zij/het schaduwt

ik schaduw
jij schaduwt
hij/zij/het schaduwt
» meer vervoegingen van schaduwen

schaduwen {ww.}
schaduwen {ww.}

ik schaduw
jij schaduwt
hij/zij/het schaduwt

ik schaduw
jij schaduwt
hij/zij/het schaduwt
» meer vervoegingen van schaduwen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Het is een schaduw.

Het is een schaduw.

Het was fris in de schaduw van de bomen.

Het was fris in de schaduw van de bomen.

Ze zaten in de schaduw van die grote boom.

Ze zaten in de schaduw van die grote boom.

En als hij moe was, sliep hij in haar schaduw.

En als hij moe was, sliep hij in haar schaduw.

Het meisje was bang voor haar eigen schaduw.

Het meisje was bang voor haar eigen schaduw.

We zijn stof en schaduw

We zijn stof en schaduw

De mens is vluchtig als een schaduw

De mens is vluchtig als een schaduw


Gerelateerd aan schaduw

zweem - schim - lommer - afspiegeling - schaduwbeeld - afschaduwing - schaduwen - arcerenoord - vorm - bijwerken - dekken - volgen - slagschaduw