Vertaling van schort
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
schort, voorschoot, sloof, boezelaar {zn.}
schort
voorschoot
sloof
boezelaar {zn.}
voorschoot
sloof
boezelaar {zn.}
Ik heb mijn oranje sjaal en witte schort zeer helder gemaakt, zodat het mensen gelijk zou opvallen.
Ik heb mijn oranje sjaal en witte schort zeer helder gemaakt, zodat het mensen gelijk zou opvallen.
schort , schoot {zn.}
schort
schoot {zn.}
schoot {zn.}
missen, ontbreken, mankeren, schorten {ww.}
missen
ontbreken
mankeren
schorten {ww.}
ontbreken
mankeren
schorten {ww.}
ik mankeer
jij mankeert
hij/zij/het mankeert
ik mis
jij mist
hij/zij/het mist
» meer vervoegingen van missen
Je vrienden zullen je missen.
Je vrienden zullen je missen.
Ik zal u allemaal missen.
Ik zal u allemaal missen.