Vertaling van scoren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
scoren {ww.}
scoren {ww.}

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort
» meer vervoegingen van scoren

scoren, een doelpunt maken {ww.}
scoren
een doelpunt maken {ww.}

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort
» meer vervoegingen van scoren

scoren {ww.}
scoren {ww.}

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort
» meer vervoegingen van scoren

scoren {ww.}
scoren {ww.}

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort
» meer vervoegingen van scoren

scoren {ww.}
scoren {ww.}

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort
» meer vervoegingen van scoren

scoren {ww.}
scoren {ww.}

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort

ik scoor
jij scoort
hij/zij/het scoort
» meer vervoegingen van scoren

inschieten, scoren, scoren {ww.}
inschieten
scoren
scoren {ww.}

ik schiet in
jij schiet in
hij/zij/het schiet in

ik schiet in
jij schiet in
hij/zij/het schiet in
» meer vervoegingen van inschieten



Gerelateerd aan scoren

een doelpunt maken - inschietengebruiken - verwerven - opvallen - behalen