Vertaling van seinen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
seinen, een sein geven {ww.}
seinen
een sein geven {ww.}
een sein geven {ww.}
ik sein
jij seint
hij/zij/het seint
ik sein
jij seint
hij/zij/het seint
» meer vervoegingen van seinen
seinen {ww.}
seinen {ww.}
ik sein
jij seint
hij/zij/het seint
ik sein
jij seint
hij/zij/het seint
» meer vervoegingen van seinen
teken , signaal, sein (mv. seinen) {zn.}
teken
signaal
sein (mv. seinen) {zn.}
signaal
sein (mv. seinen) {zn.}
Wat betekend dit teken?
Wat betekend dit teken?
Waarom teken je bloemen?
Waarom teken je bloemen?
overseinen, seinen, telegraferen {ww.}
overseinen
seinen
telegraferen {ww.}
seinen
telegraferen {ww.}
ik sein over
jij seint over
hij/zij/het seint over
ik sein over
jij seint over
hij/zij/het seint over
» meer vervoegingen van overseinen
signaal , sein {zn.}
signaal
sein {zn.}
sein {zn.}
De babyfoon pikt het signaal op.
De babyfoon pikt het signaal op.
sein {zn.}
sein {zn.}