Vertaling van spin
spinnekop {zn.}
spinbinder {zn.}
spinnetje {zn.}
spinnenkop {zn.}
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
» meer vervoegingen van spinnen
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
» meer vervoegingen van spinnen
spin {zn.}
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
» meer vervoegingen van spinnen
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
» meer vervoegingen van spinnen
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
» meer vervoegingen van spinnen
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
» meer vervoegingen van spinnen
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
ik spin
jij spint
hij/zij/het spint
» meer vervoegingen van spinnen
Voorbeelden in zinsverband
De spin is dood.
De spin is dood.
Tom heeft de spin doodgemaakt.
Tom heeft de spin doodgemaakt.
Er zit een spin in de douche.
Er zit een spin in de douche.