Vertaling van spot
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
spot, toneelschijnwerper {zn.}
spot
toneelschijnwerper {zn.}
toneelschijnwerper {zn.}
Tom spot altijd met John om zijn dialect
Tom spot altijd met John om zijn dialect
spot, persiflage , spotternij , aanfluiting {zn.}
spot
persiflage
spotternij
aanfluiting {zn.}
persiflage
spotternij
aanfluiting {zn.}
spot , spotternij {zn.}
spot
spotternij {zn.}
spotternij {zn.}
spot {zn.}
spot {zn.}
spot , spotje {zn.}
spot
spotje {zn.}
spotje {zn.}
honen, spotten, bespotten {ww.}
honen
spotten
bespotten {ww.}
spotten
bespotten {ww.}
ik bespot
jij bespot
hij/zij/het bespot
ik hoon
jij hoont
hij/zij/het hoont
» meer vervoegingen van honen
spotten {ww.}
spotten {ww.}
ik spot
jij spot
hij/zij/het spot
ik spot
jij spot
hij/zij/het spot
» meer vervoegingen van spotten
spotten {ww.}
spotten {ww.}
ik spot
jij spot
hij/zij/het spot
ik spot
jij spot
hij/zij/het spot
» meer vervoegingen van spotten
spotten {ww.}
spotten {ww.}
ik spot
jij spot
hij/zij/het spot
ik spot
jij spot
hij/zij/het spot
» meer vervoegingen van spotten
spotten {ww.}
spotten {ww.}
ik spot
jij spot
hij/zij/het spot
ik spot
jij spot
hij/zij/het spot
» meer vervoegingen van spotten