Vertaling van stinken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
stinken {ww.}
stinken {ww.}
ik stink
jij stinkt
hij/zij/het stinkt
ik stink
jij stinkt
hij/zij/het stinkt
» meer vervoegingen van stinken
De sokken stinken.
De sokken stinken.
Ik heb er een hekel als als mijn kleren naar rook stinken.
Ik heb er een hekel als als mijn kleren naar rook stinken.
stinken, meuren, rieken {ww.}
stinken
meuren
rieken {ww.}
meuren
rieken {ww.}
ik meur
jij meurt
hij/zij/het meurt
ik stink
jij stinkt
hij/zij/het stinkt
» meer vervoegingen van stinken
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
De sokken stinken.
De sokken stinken.
Ik heb er een hekel als als mijn kleren naar rook stinken.
Ik heb er een hekel als als mijn kleren naar rook stinken.