Vertaling van storm
stormwind {zn.}
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
» meer vervoegingen van stormen
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
» meer vervoegingen van stormen
tempeesten {ww.}
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
» meer vervoegingen van stormen
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
» meer vervoegingen van stormen
Voorbeelden in zinsverband
De storm veroorzaakte veel schade.
De storm veroorzaakte veel schade.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
Een storm in een glas water.
Een storm in een glas water.
De storm heeft de hele stad verwoest.
De storm heeft de hele stad verwoest.
We werden door een storm bevangen.
We werden door een storm bevangen.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
Hij creëert een storm in een glas water.
Hij creëert een storm in een glas water.
Na de storm was de weg door omgevallen bomen geblokkeerd.
Na de storm was de weg door omgevallen bomen geblokkeerd.
Dit is de ergste storm in tien jaar.
Dit is de ergste storm in tien jaar.
We stelden ons vertrek uit vanwege de storm.
We stelden ons vertrek uit vanwege de storm.
Door de storm zijn we niet op de voorziene tijd kunnen aankomen.
Door de storm zijn we niet op de voorziene tijd kunnen aankomen.
Jullie kennen de uitdrukking, dat we oogsten wat we zaaien. Ik heb de wind gezaaid en hier is mijn storm.
Jullie kennen de uitdrukking, dat we oogsten wat we zaaien. Ik heb de wind gezaaid en hier is mijn storm.