Vertaling van stormen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
stormen {ww.}
stormen {ww.}
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
» meer vervoegingen van stormen
stormen {ww.}
stormen {ww.}
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
» meer vervoegingen van stormen
stormen, tempeesten {ww.}
stormen
tempeesten {ww.}
tempeesten {ww.}
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
» meer vervoegingen van stormen
stormen {ww.}
stormen {ww.}
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
ik storm
jij stormt
hij/zij/het stormt
» meer vervoegingen van stormen
storm (mv. stormen) , stormwind {zn.}
storm (mv. stormen)
stormwind {zn.}
stormwind {zn.}
De storm veroorzaakte veel schade.
De storm veroorzaakte veel schade.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
storm , stormwind {zn.}
storm
stormwind {zn.}
stormwind {zn.}
Een storm in een glas water.
Een storm in een glas water.
De storm heeft de hele stad verwoest.
De storm heeft de hele stad verwoest.