Vertaling van wind

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
wind [m], veest, scheet {zn.}
wind [m]
veest
scheet {zn.}
Er staat geen wind vandaag.
Er staat geen wind vandaag.
Er stond een straffe wind.
Er stond een straffe wind.
wind [m] {zn.}
wind [m] {zn.}
De wind kuste de bomen teder.
De wind kuste de bomen teder.
Er was helemaal geen wind gisteren.
Er was helemaal geen wind gisteren.
wind [m] (de ~), windje, scheet [m] (de ~), veest [m] (de ~), poepje [o] (het ~), poep [m] (de ~), flatus, buikwind {zn.}
wind [m] (de ~)
windje
scheet [m] (de ~)
veest [m] (de ~)
poepje [o] (het ~)
poep [m] (de ~)
flatus
buikwind {zn.}
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
wind [m] (de ~) {zn.}
wind [m] (de ~) {zn.}
winden, opwinden, op een klos winden, spoelen {ww.}
winden
opwinden
op een klos winden
spoelen {ww.}

ik wind op
jij windt op
hij/zij/het windt op

ik wind
jij windt
hij/zij/het windt
» meer vervoegingen van winden

De schipper vertelt over de winden, de boer over de stieren
De schipper vertelt over de winden, de boer over de stieren
winden, strengelen, wikkelen, oprollen {ww.}
winden
strengelen
wikkelen
oprollen {ww.}

ik rol op
jij rolt op
hij/zij/het rolt op

ik wind
jij windt
hij/zij/het windt
» meer vervoegingen van winden

winden, omzwachtelen, inzwachtelen, intapen {ww.}
winden
omzwachtelen
inzwachtelen
intapen {ww.}

ik tape in
jij tapet in
hij/zij/het tapet in

ik wind
jij windt
hij/zij/het windt
» meer vervoegingen van winden

winden, strengelen {ww.}
winden
strengelen {ww.}

ik strengel
jij strengelt
hij/zij/het strengelt

ik wind
jij windt
hij/zij/het windt
» meer vervoegingen van winden

winden {ww.}
winden {ww.}

ik wind
jij windt
hij/zij/het windt

ik wind
jij windt
hij/zij/het windt
» meer vervoegingen van winden



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Er staat geen wind vandaag.

Er staat geen wind vandaag.

Er stond een straffe wind.

Er stond een straffe wind.

De wind kuste de bomen teder.

De wind kuste de bomen teder.

Er was helemaal geen wind gisteren.

Er was helemaal geen wind gisteren.

Wie wind zaait, zal storm oogsten.

Wie wind zaait, zal storm oogsten.

De wind komt uit het noorden.

De wind komt uit het noorden.

Bamboe buigt zich in de wind.

Bamboe buigt zich in de wind.

Zoals de wind waait, waait zijn jasje.

Zoals de wind waait, waait zijn jasje.

Wie wind zaait, zal storm oogsten.

Wie wind zaait, zal storm oogsten.

Vandaag is er helemaal geen wind.

Vandaag is er helemaal geen wind.

Hij kon altijd zeggen in welke richting de wind blies.

Hij kon altijd zeggen in welke richting de wind blies.

Jullie kennen de uitdrukking, dat we oogsten wat we zaaien. Ik heb de wind gezaaid en hier is mijn storm.

Jullie kennen de uitdrukking, dat we oogsten wat we zaaien. Ik heb de wind gezaaid en hier is mijn storm.

Een wijs man plast niet tegen de wind in

Een wijs man plast niet tegen de wind in

Als de wind gunstig is, behoud koers" ("Go with the flow

Als de wind gunstig is, behoud koers" ("Go with the flow

Als je niet weet naar welke haven je vaart, is geen enkele wind gunstig

Als je niet weet naar welke haven je vaart, is geen enkele wind gunstig