Vertaling van tikken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
tikken, typen, machineschrijven {ww.}
tikken
typen
machineschrijven {ww.}

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt
» meer vervoegingen van tikken

Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg!
Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg!
Jij kan toch typen?
Jij kan toch typen?
tikken {ww.}
tikken {ww.}

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt
» meer vervoegingen van tikken

Mijn zusje en ik deden vaak tikkertje. Dan renden we achter elkaar aan, en de achterste probeerde de voorste te tikken en riep: "Tikkie, jij bent hem!"
Mijn zusje en ik deden vaak tikkertje. Dan renden we achter elkaar aan, en de achterste probeerde de voorste te tikken en riep: "Tikkie, jij bent hem!"
tikken, typen, machineschrijven {ww.}
tikken
typen
machineschrijven {ww.}

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt
» meer vervoegingen van tikken

Haar werk is om te typen.
Haar werk is om te typen.
tikken {ww.}
tikken {ww.}

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt
» meer vervoegingen van tikken

tikken, tiktakken, rikketikken {ww.}
tikken
tiktakken
rikketikken {ww.}

hij/zij/het rikketikt
zij rikketikken
ik tik

hij/zij/het tikt
zij tikken
ik tik
» meer vervoegingen van tikken

tikken, typen, getikt, uittypen, uittikken, machineschrijven {ww.}
tikken
typen
getikt
uittypen
uittikken
machineschrijven {ww.}

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt
» meer vervoegingen van tikken

Ik moet wel getikt zijn.
Ik moet wel getikt zijn.
tikken {ww.}
tikken {ww.}

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt

ik tik
jij tikt
hij/zij/het tikt
» meer vervoegingen van tikken

aantikken, tikken {ww.}
aantikken
tikken {ww.}

ik tik aan
jij tikt aan
hij/zij/het tikt aan

ik tik aan
jij tikt aan
hij/zij/het tikt aan
» meer vervoegingen van aantikken

tik [m] (de ~), tic [m] (de ~) {zn.}
tik [m] (de ~)
tic [m] (de ~) {zn.}
klets [m] (de ~), mep [m] (de ~), pats, pets [m] (de ~), tikje, tik [m] (de ~) {zn.}
klets [m] (de ~)
mep [m] (de ~)
pats
pets [m] (de ~)
tikje
tik [m] (de ~) {zn.}
tik [m] (de ~) {zn.}
tik [m] (de ~) {zn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg!

Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg!

Mijn zusje en ik deden vaak tikkertje. Dan renden we achter elkaar aan, en de achterste probeerde de voorste te tikken en riep: "Tikkie, jij bent hem!"

Mijn zusje en ik deden vaak tikkertje. Dan renden we achter elkaar aan, en de achterste probeerde de voorste te tikken en riep: "Tikkie, jij bent hem!"


Gerelateerd aan tikken

typen - machineschrijven - tiktakken - rikketikken - getikt - uittypen - uittikken - aantikken - tik - tic - klets - mep - pats - pets - tikjeuitklinken - slaan - schrijven - beroeren - sterkedrank - aanraking - eenheid