Vertaling van tillen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
tillen, verheffen, oprichten, ophalen, heffen, beuren {ww.}
tillen
verheffen
oprichten
ophalen
heffen
beuren {ww.}
verheffen
oprichten
ophalen
heffen
beuren {ww.}
ik beur
jij beurt
hij/zij/het beurt
ik til
jij tilt
hij/zij/het tilt
» meer vervoegingen van tillen
Hij is sterk genoeg om dat op te tillen.
Hij is sterk genoeg om dat op te tillen.
Hij is sterk genoeg om dat op te tillen.
Hij is sterk genoeg om dat op te tillen.
tillen, opnemen, lichten, opbeuren, opheffen, oplichten, heffen, omhoogtillen, beuren, optillen {ww.}
tillen
opnemen
lichten
opbeuren
opheffen
oplichten
heffen
omhoogtillen
beuren
optillen {ww.}
opnemen
lichten
opbeuren
opheffen
oplichten
heffen
omhoogtillen
beuren
optillen {ww.}
ik beur
jij beurt
hij/zij/het beurt
ik til
jij tilt
hij/zij/het tilt
» meer vervoegingen van tillen
Kun je die pan even voor me opbeuren, dan leg ik deze onderzetter eronder.
Kun je die pan even voor me opbeuren, dan leg ik deze onderzetter eronder.
Plots gingen de lichten uit.
Plots gingen de lichten uit.
til (mv. tillen), duiventil {zn.}
til (mv. tillen)
duiventil {zn.}
duiventil {zn.}
til (mv. tillen) {zn.}
til (mv. tillen) {zn.}
scheren, flessen, tillen, snijden, uitkleden, pluimen, plukken, kaalplukken, bezwendelen, aderlaten, afzetten {ww.}
scheren
flessen
tillen
snijden
uitkleden
pluimen
plukken
kaalplukken
bezwendelen
aderlaten
afzetten {ww.}
flessen
tillen
snijden
uitkleden
pluimen
plukken
kaalplukken
bezwendelen
aderlaten
afzetten {ww.}
ik laat ader
jij laat ader
hij/zij/het laat ader
ik scheer
jij scheert
hij/zij/het scheert
» meer vervoegingen van scheren
Ik moet me scheren.
Ik moet me scheren.
Ik moet mij scheren voor mijn vertrek.
Ik moet mij scheren voor mijn vertrek.
slag , duivenhok, til , duiventil {zn.}
slag
duivenhok
til
duiventil {zn.}
duivenhok
til
duiventil {zn.}
Ze zijn eindelijk begonnen die weg opnieuw te asfalteren. Het werd ook tijd, zeg! Je kon er alleen nog zigzaggend fietsen als je geen slag in je wiel wilde krijgen van…
Ze zijn eindelijk begonnen die weg opnieuw te asfalteren. Het werd ook tijd, zeg! Je kon er alleen nog zigzaggend fietsen als je geen slag in je wiel wilde krijgen van…
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Hij is sterk genoeg om dat op te tillen.
Hij is sterk genoeg om dat op te tillen.
Hij is sterk genoeg om dat op te tillen.
Hij is sterk genoeg om dat op te tillen.