Vertaling van uiteinde

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
uitgang [m], uiteinde {zn.}
uitgang [m]
uiteinde {zn.}
Waar is de uitgang?
Waar is de uitgang?
einde [o], uiterste deel, uiteinde {zn.}
einde [o]
uiterste deel
uiteinde {zn.}
Dit is het einde.
Dit is het einde.
Het honkballeven was toen ten einde.
Het honkballeven was toen ten einde.
einde, eind, slot [o], afloop [m], end, uiteinde, eindigen [o] {zn.}
einde
eind
slot [o]
afloop [m]
end
uiteinde
eindigen [o] {zn.}
Geef me de sleutel van dit slot!
Geef me de sleutel van dit slot!
Heb je de deur op slot gedaan?
Heb je de deur op slot gedaan?
einde [o] (het ~), eind, uiteinde [o] (het ~) {zn.}
einde [o] (het ~)
eind
uiteinde [o] (het ~) {zn.}
Eind goed, al goed.
Eind goed, al goed.
Eind goed, al goed.
Eind goed, al goed.
einde [o] (het ~), afloop, uiteinde [o] (het ~) {zn.}
einde [o] (het ~)
afloop
uiteinde [o] (het ~) {zn.}
Na afloop", "Achteraf
Na afloop", "Achteraf
De afloop zal het leren
De afloop zal het leren


Gerelateerd aan uiteinde

uitgang - einde - uiterste deel - eind - slot - afloop - end - eindigendeel - verandering