Vertaling van uitspringen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
uitspringen {ww.}
uitspringen {ww.}

ik zal uitspringen
ik zou uitspringen
jij zult uitspringen

ik zal uitspringen
ik zou uitspringen
jij zult uitspringen
» meer vervoegingen van uitspringen

uitspringen {ww.}
uitspringen {ww.}

ik zal uitspringen
ik zou uitspringen
jij zult uitspringen

ik zal uitspringen
ik zou uitspringen
jij zult uitspringen
» meer vervoegingen van uitspringen

uitstaan, vooruitsteken, vooruitspringen, uitsteken, uitspringen {ww.}
uitstaan
vooruitsteken
vooruitspringen
uitsteken
uitspringen {ww.}

ik zal uitspringen
jij zult uitspringen
hij/zij/het zal uitspringen

ik zal uitstaan
jij zult uitstaan
hij/zij/het zal uitstaan
» meer vervoegingen van uitstaan

Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
Ik kan dit hete weer niet uitstaan.
Ik kan dit hete weer niet uitstaan.
springen, uitspringen {ww.}
springen
uitspringen {ww.}

ik zal springen
ik zou springen
jij zult springen

ik zal springen
ik zou springen
jij zult springen
» meer vervoegingen van springen

Ik heb de man zien springen.
Ik heb de man zien springen.
Tom pleegde zelfmoord door van een brug af te springen.
Tom pleegde zelfmoord door van een brug af te springen.


Gerelateerd aan uitspringen

uitstaan - vooruitsteken - vooruitspringen - uitsteken - springenspringen - uitstaan