Vertaling van uitstromen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
uitstromen, overvloeien {ww.}
uitstromen
overvloeien {ww.}
overvloeien {ww.}
ik zal overvloeien
ik zou overvloeien
jij zult overvloeien
ik zal overvloeien
ik zou overvloeien
jij zult overvloeien
» meer vervoegingen van overvloeien
uitstromen {ww.}
uitstromen {ww.}
hij/zij/het zal uitstromen
hij/zij/het zal uitstromen
zij zult uitstromen
hij/zij/het zal uitstromen
hij/zij/het zal uitstromen
zij zult uitstromen
» meer vervoegingen van uitstromen
uitstromen, uitlopen, uitmonden {ww.}
uitstromen
uitlopen
uitmonden {ww.}
uitlopen
uitmonden {ww.}
ik zal uitlopen
ik zou uitlopen
jij zult uitlopen
ik zal uitlopen
ik zou uitlopen
jij zult uitlopen
» meer vervoegingen van uitlopen