Vertaling van verhaspelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
verprutsen, verknoeien, verhaspelen, modderen, knoeien, beunhazen {ww.}
verprutsen
verknoeien
verhaspelen
modderen
knoeien
beunhazen {ww.}
verknoeien
verhaspelen
modderen
knoeien
beunhazen {ww.}
ik beunhaas
jij beunhaast
hij/zij/het beunhaast
ik verpruts
jij verprutst
hij/zij/het verprutst
» meer vervoegingen van verprutsen
verbasteren, verminken, verbeulemansen, verhaspelen, radbraken {ww.}
verbasteren
verminken
verbeulemansen
verhaspelen
radbraken {ww.}
verminken
verbeulemansen
verhaspelen
radbraken {ww.}
ik radbraak
jij radbraakt
hij/zij/het radbraakt
ik vermink
jij verminkt
hij/zij/het verminkt
» meer vervoegingen van verminken
bederven, verknoeien, verprutsen, versjteren, verstieren, verknallen, verknollen, verhaspelen, verbruien, verbrodden, verbroddelen, mispeuteren {ww.}
bederven
verknoeien
verprutsen
versjteren
verstieren
verknallen
verknollen
verhaspelen
verbruien
verbrodden
verbroddelen
mispeuteren {ww.}
verknoeien
verprutsen
versjteren
verstieren
verknallen
verknollen
verhaspelen
verbruien
verbrodden
verbroddelen
mispeuteren {ww.}
ik bederf
jij bederft
hij/zij/het bederft
ik bederf
jij bederft
hij/zij/het bederft
» meer vervoegingen van bederven