Vertaling van verknoeien

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verknoeien, bederven {ww.}
verknoeien
bederven {ww.}

ik bederf
jij bederft
hij/zij/het bederft

ik verknoei
jij verknoeit
hij/zij/het verknoeit
» meer vervoegingen van verknoeien

verprutsen, verknoeien, verhaspelen, modderen, knoeien, beunhazen {ww.}
verprutsen
verknoeien
verhaspelen
modderen
knoeien
beunhazen {ww.}

ik beunhaas
jij beunhaast
hij/zij/het beunhaast

ik verpruts
jij verprutst
hij/zij/het verprutst
» meer vervoegingen van verprutsen

verliezen, verdoen, verknoeien, vertreuzelen, verlummelen, verluieren, verklungelen, verbeuzelen {ww.}
verliezen
verdoen
verknoeien
vertreuzelen
verlummelen
verluieren
verklungelen
verbeuzelen {ww.}

ik verbeuzel
jij verbeuzelt
hij/zij/het verbeuzelt

ik verlies
jij verliest
hij/zij/het verliest
» meer vervoegingen van verliezen

Je kan niet verliezen.
Je kan niet verliezen.
Je gezondheid verliezen is erger dan geld te verliezen.
Je gezondheid verliezen is erger dan geld te verliezen.
bederven, verknoeien, verprutsen, versjteren, verstieren, verknallen, verknollen, verhaspelen, verbruien, verbrodden, verbroddelen, mispeuteren {ww.}
bederven
verknoeien
verprutsen
versjteren
verstieren
verknallen
verknollen
verhaspelen
verbruien
verbrodden
verbroddelen
mispeuteren {ww.}

ik bederf
jij bederft
hij/zij/het bederft

ik bederf
jij bederft
hij/zij/het bederft
» meer vervoegingen van bederven