Vertaling van veroorloven

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
veroorloven, vergunnen, toelaten, toestaan, gedogen {ww.}
veroorloven
vergunnen
toelaten
toestaan
gedogen {ww.}

ik gedoog
jij gedoogt
hij/zij/het gedoogt

ik veroorloof
jij veroorlooft
hij/zij/het veroorlooft
» meer vervoegingen van veroorloven

Ik kan me geen nieuwe fiets veroorloven.
Ik kan me geen nieuwe fiets veroorloven.
Hij kan het zich niet veroorloven om te trouwen.
Hij kan het zich niet veroorloven om te trouwen.
veroorloven, vergunnen, approberen, permitteren, toestaan {ww.}
veroorloven
vergunnen
approberen
permitteren
toestaan {ww.}

ik approbeer
jij approbeert
hij/zij/het approbeert

ik veroorloof
jij veroorlooft
hij/zij/het veroorlooft
» meer vervoegingen van veroorloven

Ik kan me niet veroorloven om zo'n dure auto te kopen.
Ik kan me niet veroorloven om zo'n dure auto te kopen.
Ik kan het me niet veroorloven om ook maar één yen te verspillen.
Ik kan het me niet veroorloven om ook maar één yen te verspillen.
veroorloven, aandurven, permitteren {ww.}
veroorloven
aandurven
permitteren {ww.}

ik durf aan
jij durft aan
hij/zij/het durft aan

ik veroorloof
jij veroorlooft
hij/zij/het veroorlooft
» meer vervoegingen van veroorloven

Ik kan het mij niet veroorloven om in zo'n duur restaurant te eten.
Ik kan het mij niet veroorloven om in zo'n duur restaurant te eten.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik kan me geen nieuwe fiets veroorloven.

Ik kan me geen nieuwe fiets veroorloven.

Hij kan het zich niet veroorloven om te trouwen.

Hij kan het zich niet veroorloven om te trouwen.

Ik kan me niet veroorloven om zo'n dure auto te kopen.

Ik kan me niet veroorloven om zo'n dure auto te kopen.

Ik kan het me niet veroorloven om ook maar één yen te verspillen.

Ik kan het me niet veroorloven om ook maar één yen te verspillen.

Ik kan het mij niet veroorloven om in zo'n duur restaurant te eten.

Ik kan het mij niet veroorloven om in zo'n duur restaurant te eten.

Ik kan het mij niet veroorloven om in zo'n duur restaurant te eten.

Ik kan het mij niet veroorloven om in zo'n duur restaurant te eten.

"We geven geen kortingen," zei de vrouw streng, "ongeacht hoe klein. En wilt u nu alstublieft het pak uittrekken als u het zich niet kunt veroorloven?"

"We geven geen kortingen," zei de vrouw streng, "ongeacht hoe klein. En wilt u nu alstublieft het pak uittrekken als u het zich niet kunt veroorloven?"


Gerelateerd aan veroorloven

vergunnen - toelaten - toestaan - gedogen - approberen - permitteren - aandurvenlaten - vermeten