Vertaling van verrassen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verrassen, snappen, betrappen {ww.}
verrassen
snappen
betrappen {ww.}

ik betrap
jij betrapt
hij/zij/het betrapt

ik verras
jij verrast
hij/zij/het verrast
» meer vervoegingen van verrassen

Ik wil hem verrassen.
Ik wil hem verrassen.
Ik wilde haar verrassen.
Ik wilde haar verrassen.
verrassen, versteld doen staan {ww.}
verrassen
versteld doen staan {ww.}

ik verras
jij verrast
hij/zij/het verrast

ik verras
jij verrast
hij/zij/het verrast
» meer vervoegingen van verrassen

Hoe sluw je ook bent, je kan nooit jezelf verrassen.
Hoe sluw je ook bent, je kan nooit jezelf verrassen.
verrassen {ww.}
verrassen {ww.}

ik verras
jij verrast
hij/zij/het verrast

ik verras
jij verrast
hij/zij/het verrast
» meer vervoegingen van verrassen

verrassen {ww.}
verrassen {ww.}

ik verras
jij verrast
hij/zij/het verrast

ik verras
jij verrast
hij/zij/het verrast
» meer vervoegingen van verrassen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik wil hem verrassen.

Ik wil hem verrassen.

Ik wilde haar verrassen.

Ik wilde haar verrassen.

Hoe sluw je ook bent, je kan nooit jezelf verrassen.

Hoe sluw je ook bent, je kan nooit jezelf verrassen.


Gerelateerd aan verrassen

snappen - betrappen - versteld doen staanplezieren - vaststellen