Vertaling van verslagen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verslagen {bn.}
verslagen {bn.}
ontdaan, onthutst, verbluft, verslagen, verstomd {bn.}
ontdaan
onthutst
verbluft
verslagen
verstomd {bn.}
overwinnen, verslaan, bevangen, zegevieren {ww.}
overwinnen
verslaan
bevangen
zegevieren {ww.}

ik heb bevangen
ik had bevangen
ik zal bevangen hebben

ik heb overwonnen
ik had overwonnen
ik zal overwonnen hebben
» meer vervoegingen van overwinnen

Laten we Japan verslaan!
Laten we Japan verslaan!
We werden door een storm bevangen.
We werden door een storm bevangen.
verslaan, verschalen {ww.}
verslaan
verschalen {ww.}

hij/zij/het is verschaald
hij/zij/het was verschaald
hij/zij/het zal verschaald zijn

hij/zij/het heeft verslagen
hij/zij/het had verslagen
hij/zij/het zal verslagen hebben
» meer vervoegingen van verslaan

Ik denk niet dat je mij kunt verslaan.
Ik denk niet dat je mij kunt verslaan.
Ik denk dat het onmogelijk is dat wij hem verslaan.
Ik denk dat het onmogelijk is dat wij hem verslaan.
verslaan, tot rust brengen, sussen, temmen, stillen {ww.}
verslaan
tot rust brengen
sussen
temmen
stillen {ww.}

ik heb gestild
jij hebt gestild
hij/zij/het heeft gestild

ik heb verslagen
jij hebt verslagen
hij/zij/het heeft verslagen
» meer vervoegingen van verslaan

Als het op snurken aankomt kan niemand meneer Snurk verslaan.
Als het op snurken aankomt kan niemand meneer Snurk verslaan.
verslaan, verslag uitbrengen, melden, overbrengen, aanbrengen {ww.}
verslaan
verslag uitbrengen
melden
overbrengen
aanbrengen {ww.}

ik heb aangebracht
jij hebt aangebracht
hij/zij/het heeft aangebracht

ik heb verslagen
jij hebt verslagen
hij/zij/het heeft verslagen
» meer vervoegingen van verslaan

verslaan, verschalen {ww.}
verslaan
verschalen {ww.}

hij/zij/het is verschaald
hij/zij/het was verschaald
hij/zij/het zal verschaald zijn

hij/zij/het heeft verslagen
hij/zij/het had verslagen
hij/zij/het zal verslagen hebben
» meer vervoegingen van verslaan

verslag (mv. verslagen), exposé, melding, rapport {zn.}
verslag (mv. verslagen)
exposé
melding
rapport {zn.}
We zijn het verslag aan het schrijven.
We zijn het verslag aan het schrijven.
Het is vrijwel onmogelijk om het verslag morgen af te hebben.
Het is vrijwel onmogelijk om het verslag morgen af te hebben.
verslag (mv. verslagen), referaat, rapport {zn.}
verslag (mv. verslagen)
referaat
rapport {zn.}
moedeloos, defaitistisch, mismoedig, mistroostig, ontmoedigd, verslagen {bn.}
moedeloos
defaitistisch
mismoedig
mistroostig
ontmoedigd
verslagen {bn.}
verslag [o] (het ~) {zn.}
verslag [o] (het ~) {zn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Onze ploeg heeft onze tegenstander met 5-4 verslagen.

Onze ploeg heeft onze tegenstander met 5-4 verslagen.

Het verslagen Griekenland overwon zijn wilde veroveraar

Het verslagen Griekenland overwon zijn wilde veroveraar