Vertaling van verveeld
tegenstaan
vermoeien
ergeren {ww.}
ik heb geërgerd
ik had geërgerd
ik zal geërgerd hebben
ik heb verveeld
ik had verveeld
ik zal verveeld hebben
» meer vervoegingen van vervelen
ik heb verveeld
ik had verveeld
ik zal verveeld hebben
ik heb verveeld
ik had verveeld
ik zal verveeld hebben
» meer vervoegingen van vervelen
apathisch
beroerd
energieloos
futloos
hangerig
lamlendig
lamzalig
landerig
lethargisch
pitloos
verveeld
zakkerig
zakkig
druilerig {bn.}
ik heb verveeld
ik had verveeld
ik zal verveeld hebben
ik heb verveeld
ik had verveeld
ik zal verveeld hebben
» meer vervoegingen van vervelen
ik heb verveeld
ik had verveeld
ik zal verveeld hebben
ik heb verveeld
ik had verveeld
ik zal verveeld hebben
» meer vervoegingen van vervelen
etteren
rotzooien
sodemieteren
kloothannesen
lazerstralen
duveljagen
donderen
du(i)veljagen
duvelen
donderstralen
donderstenen
donderjagen
klooien
gallen
kloten
klieren {ww.}
ik heb gedonderd
ik had gedonderd
ik zal gedonderd hebben
ik heb verveeld
ik had verveeld
ik zal verveeld hebben
» meer vervoegingen van vervelen
Voorbeelden in zinsverband
Ge ziet er verveeld uit.
Ge ziet er verveeld uit.
Natuurlijk dacht hij dat het een grap was en wimpelde hij het voorbij met een "hm?" maar hij zat er erg mee verveeld. (Ik bedoel, zulke dingen zeg je niet ook al is het bedoeld als grap!)
Natuurlijk dacht hij dat het een grap was en wimpelde hij het voorbij met een "hm?" maar hij zat er erg mee verveeld. (Ik bedoel, zulke dingen zeg je niet ook al is het bedoeld als grap!)