Vertaling van voorbereid

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
voorbereid {bn.}
voorbereid {bn.}
bereiden, voorbereiden, toebereiden, aanmaken {ww.}
bereiden
voorbereiden
toebereiden
aanmaken {ww.}

ik heb aangemaakt
ik had aangemaakt
ik zal aangemaakt hebben

ik heb bereid
ik had bereid
ik zal bereid hebben
» meer vervoegingen van bereiden

Je moet je voorbereiden op de toekomst.
Je moet je voorbereiden op de toekomst.
Je hoeft geen formele toespraak voor te bereiden.
Je hoeft geen formele toespraak voor te bereiden.
gereed, voorbereid {bn.}
gereed
voorbereid {bn.}
voorbereiden, voorbereidend, prepareren {ww.}
voorbereiden
voorbereidend
prepareren {ww.}

ik heb geprepareerd
jij hebt geprepareerd
hij/zij/het heeft geprepareerd

ik heb voorbereid
jij hebt voorbereid
hij/zij/het heeft voorbereid
» meer vervoegingen van voorbereiden

voorbereiden {ww.}
voorbereiden {ww.}

ik heb voorbereid
ik had voorbereid
ik zal voorbereid hebben

ik heb voorbereid
ik had voorbereid
ik zal voorbereid hebben
» meer vervoegingen van voorbereiden



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Vrees niet het onverwachte, maar wees erop voorbereid.

Vrees niet het onverwachte, maar wees erop voorbereid.

We moeten altijd op het slechtste voorbereid zijn.

We moeten altijd op het slechtste voorbereid zijn.

Hef elk oponthoud op, voor wie voorbereid is, is uitstellen altijd schadelijk geweest.

Hef elk oponthoud op, voor wie voorbereid is, is uitstellen altijd schadelijk geweest.


Gerelateerd aan voorbereid

bereiden - voorbereiden - toebereiden - aanmaken - gereed - voorbereidend - preparerenbruikbaar - verrichten - inlichten - voorbereiden