Vertaling van voorbereid
voorbereiden
toebereiden
aanmaken {ww.}
ik heb aangemaakt
ik had aangemaakt
ik zal aangemaakt hebben
ik heb bereid
ik had bereid
ik zal bereid hebben
» meer vervoegingen van bereiden
voorbereid {bn.}
voorbereidend
prepareren {ww.}
ik heb geprepareerd
jij hebt geprepareerd
hij/zij/het heeft geprepareerd
ik heb voorbereid
jij hebt voorbereid
hij/zij/het heeft voorbereid
» meer vervoegingen van voorbereiden
ik heb voorbereid
ik had voorbereid
ik zal voorbereid hebben
ik heb voorbereid
ik had voorbereid
ik zal voorbereid hebben
» meer vervoegingen van voorbereiden
Voorbeelden in zinsverband
Vrees niet het onverwachte, maar wees erop voorbereid.
Vrees niet het onverwachte, maar wees erop voorbereid.
We moeten altijd op het slechtste voorbereid zijn.
We moeten altijd op het slechtste voorbereid zijn.
Hef elk oponthoud op, voor wie voorbereid is, is uitstellen altijd schadelijk geweest.
Hef elk oponthoud op, voor wie voorbereid is, is uitstellen altijd schadelijk geweest.