Vertaling van gereed
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
gereed, klaar, rond, af {bn.}
gereed
klaar
rond
af {bn.}
klaar
rond
af {bn.}
gereed, voorbereid {bn.}
gereed
voorbereid {bn.}
voorbereid {bn.}
beëindigd, afgesloten, gereed, klaar {bn.}
beëindigd
afgesloten
gereed
klaar {bn.}
afgesloten
gereed
klaar {bn.}
af, afgelopen, gereed, klaar {bn.}
af
afgelopen
gereed
klaar {bn.}
afgelopen
gereed
klaar {bn.}
klaarkomen, gereedkomen {ww.}
klaarkomen
gereedkomen {ww.}
gereedkomen {ww.}
ik kom gereed
ik kwam gereed
jij komt gereed
ik kom klaar
ik kwam klaar
jij komt klaar
» meer vervoegingen van klaarkomen
bijhouden, gereedhouden {ww.}
bijhouden
gereedhouden {ww.}
gereedhouden {ww.}
ik houd bij
jij houdt bij
hij/zij/het houdt bij
ik houd bij
jij houdt bij
hij/zij/het houdt bij
» meer vervoegingen van bijhouden
gereedkomen, klaarkomen, afkomen {ww.}
gereedkomen
klaarkomen
afkomen {ww.}
klaarkomen
afkomen {ww.}
ik kom af
jij komt af
hij/zij/het komt af
ik kom gereed
jij komt gereed
hij/zij/het komt gereed
» meer vervoegingen van gereedkomen
gereedleggen, klaarleggen {ww.}
gereedleggen
klaarleggen {ww.}
klaarleggen {ww.}
ik leg gereed
jij legt gereed
hij/zij/het legt gereed
ik leg gereed
jij legt gereed
hij/zij/het legt gereed
» meer vervoegingen van gereedleggen