Vertaling van rond

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
rond {bn.}
rond {bn.}
rond [o] (het ~) {zn.}
rond [o] (het ~) {zn.}
Ballen zijn rond.
Ballen zijn rond.
De aarde is rond.
De aarde is rond.
gevuld, rond {bn.}
gevuld
rond {bn.}
rond {bn.}
rond {bn.}
gereed, klaar, rond, af {bn.}
gereed
klaar
rond
af {bn.}
cirkelvormig, rond {bn.}
cirkelvormig
rond {bn.}
ronden {ww.}
ronden {ww.}

ik rond
jij rondt
hij/zij/het rondt

ik rond
jij rondt
hij/zij/het rondt
» meer vervoegingen van ronden



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ballen zijn rond.

Ballen zijn rond.

De aarde is rond.

De aarde is rond.

Hij keek de kamer rond.

Hij keek de kamer rond.

Hij eet de klok rond.

Hij eet de klok rond.

Ze sprong rond van opwinding.

Ze sprong rond van opwinding.

Rond welke leeftijd trouwen Japanners?

Rond welke leeftijd trouwen Japanners?

Ik weeg rond de 60 kilo.

Ik weeg rond de 60 kilo.

Ik kwam hier aan rond vijf uur.

Ik kwam hier aan rond vijf uur.

Ik zwalkte doelloos in het rond.

Ik zwalkte doelloos in het rond.

De maan draait rond de aarde.

De maan draait rond de aarde.

We lunchen zo rond de middag.

We lunchen zo rond de middag.

De maan draait rond de aarde.

De maan draait rond de aarde.

Ik sta normaal op rond zes.

Ik sta normaal op rond zes.

Ik wil rond de wereld reizen.

Ik wil rond de wereld reizen.

Ik zou graag rond de wereld zeilen.

Ik zou graag rond de wereld zeilen.


Gerelateerd aan rond

gevuld - gereed - klaar - af - cirkelvormig - rondenexact - varen - voorbijgaan