Vertaling van deponeren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
deponeren {ww.}
deponeren {ww.}
ik deponeer
jij deponeert
hij/zij/het deponeert
ik deponeer
jij deponeert
hij/zij/het deponeert
» meer vervoegingen van deponeren
inleggen, deponeren, in bewaring geven, afgeven {ww.}
inleggen
deponeren
in bewaring geven
afgeven {ww.}
deponeren
in bewaring geven
afgeven {ww.}
ik geef af
jij geeft af
hij/zij/het geeft af
ik leg in
jij legt in
hij/zij/het legt in
» meer vervoegingen van inleggen
rusten, leggen, neerleggen, voorleggen, deponeren {ww.}
rusten
leggen
neerleggen
voorleggen
deponeren {ww.}
leggen
neerleggen
voorleggen
deponeren {ww.}
ik deponeer
jij deponeert
hij/zij/het deponeert
ik rust
jij rust
hij/zij/het rust
» meer vervoegingen van rusten
Hij moest rusten.
Hij moest rusten.
Ik ga wat rusten.
Ik ga wat rusten.
neerleggen, deponeren {ww.}
neerleggen
deponeren {ww.}
deponeren {ww.}
ik deponeer
jij deponeert
hij/zij/het deponeert
ik leg neer
jij legt neer
hij/zij/het legt neer
» meer vervoegingen van neerleggen