Vertaling van werkzaamheid

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
werkzaamheid [v], werklust, arbeidzaamheid [v] {zn.}
werkzaamheid [v]
werklust
arbeidzaamheid [v] {zn.}
werkzaamheid [v] (de ~), activiteit [v] (de ~), werkzaamheden (de ~), bezigheid [v] (de ~) {zn.}
werkzaamheid [v] (de ~)
activiteit [v] (de ~)
werkzaamheden (de ~)
bezigheid [v] (de ~) {zn.}
vlijt [m] (de ~), ijver [m] (de ~), werkzaamheid [v] (de ~), naarstigheid {zn.}
vlijt [m] (de ~)
ijver [m] (de ~)
werkzaamheid [v] (de ~)
naarstigheid {zn.}
Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen.
Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen.
kracht [m] (de ~), werkzaamheid [v] (de ~), werking [v] (de ~) {zn.}
kracht [m] (de ~)
werkzaamheid [v] (de ~)
werking [v] (de ~) {zn.}
Onderschat mijn kracht niet.
Onderschat mijn kracht niet.
Moge de kracht met je zijn.
Moge de kracht met je zijn.


Gerelateerd aan werkzaamheid

werklust - arbeidzaamheid - activiteit - werkzaamheden - bezigheid - vlijt - ijver - naarstigheid - kracht - werkinggebeurtenis - toewijding - nawerking