Vertaling van fed

Inhoud:

Engels
Nederlands
to feed, to pasture {ww.}
laten grazen
weiden

I fed
you fed
he/she/it fed

ik weidde
jij weidde
hij/zij/het weidde
» meer vervoegingen van weiden

to feed, to nourish, to foster, to nurture {ww.}
voeden 

I fed
you fed
he/she/it fed

ik voedde
jij voedde
hij/zij/het voedde
» meer vervoegingen van voeden

to feed {ww.}
spijzigen
te eten geven
voederen
voeren 

I fed
you fed
he/she/it fed

ik spijzigde
jij spijzigde
hij/zij/het spijzigde
» meer vervoegingen van spijzigen

to eat, to feed {ww.}
bikken 
gebruiken 
eten 
vreten
nuttigen

I fed
you fed
he/she/it fed

ik bikte
jij bikte
hij/zij/het bikte
» meer vervoegingen van bikken

to feed {ww.}
voeden

I fed
you fed
he/she/it fed

ik voedde
jij voedde
hij/zij/het voedde
» meer vervoegingen van voeden

to feed, to fertilise, to fertilize {ww.}
vetweiden

he/she/it fed
they fed

hij/zij/het vetweidde
zij vetweidden
» meer vervoegingen van vetweiden

to feed, to give {ww.}
spijzen
spijzigen
voeden

I fed
you fed
he/she/it fed

ik spijsde
jij spijsde
hij/zij/het spijsde
» meer vervoegingen van spijzen

to feed, to feed in {ww.}
invoegen

I fed
you fed
he/she/it fed

ik voegde in
jij voegde in
hij/zij/het voegde in
» meer vervoegingen van invoegen

to feed {ww.}
pruimen

I fed
you fed
he/she/it fed

ik pruimde
jij pruimde
hij/zij/het pruimde
» meer vervoegingen van pruimen

to course, to feed, to flow, to run {ww.}
stromen

he/she/it fed
they fed

hij/zij/het stroomde
zij stroomden
» meer vervoegingen van stromen

to feed, to give {ww.}
voeren
voederen

I fed
you fed
he/she/it fed

ik voerde
jij voerde
hij/zij/het voerde
» meer vervoegingen van voeren

She wasn't wealthy enough to feed her dog meat every day.
Ze was niet rijk genoeg om haar hond elke dag vlees te voeren.
to course, to feed, to flow, to run {ww.}
vervloeien

he/she/it fed
they fed

hij/zij/het vervloeide
zij vervloeiden
» meer vervoegingen van vervloeien

to eat, to feed {ww.}
vreten

I fed
you fed
he/she/it fed

ik vrat
jij vrat
hij/zij/het vrat
» meer vervoegingen van vreten

to eat, to feed {ww.}
maaltijden
tafelen
eten

I fed
you fed
he/she/it fed

ik tafelde
jij tafelde
hij/zij/het tafelde
» meer vervoegingen van tafelen



Gerelateerd aan fed

feed - pasture - nourish - foster - nurture - eat - fertilise - fertilize - give - feed in - course - flow - rundevelop - fill - cater - connect - ride - chew - move - feed - flow - go away - eat - consume