Betekenis van:
keer op keer
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Ik heb keer op keer geprobeerd.
- Ik lees de brief keer op keer
- Je blijft keer op keer dezelfde fouten maken.
- Negen keer op tien raad ik juist.
- Hij keek haar tekst een keer door voordat ze het podium op ging.
- De druppel holt de steen uit, niet met geweld, maar door keer op keer te vallen
- Het aantal muffins dat je krijgt, zal omgekeerd evenredig zijn aan het aantal keer dat je op IRC praat.
- Vervolgens heeft […] op 2 april 2008 voor de tweede keer het bod op de aandelen verhoogd.
- De lening werd twee keer geprolongeerd en op 17 november 2003 volledig afgelost.
- Die contingenten worden voor de eerste keer geopend op 1 juli 2000.
- Aan Oostenrijk werd op 12 april 2006 voor de eerste keer om inlichtingen gevraagd.
- het aantal individuele bedieningsinputs (bv. minder dan 4-5 keer drukken op een knop);
- het aantal individuele bedieningsinputs (bv. minder dan 4-5 keer drukken op een knop);
- Het uitvoerend comité vergadert op convocatie van de voorzitter ten minste zes keer per jaar.
- Grijsschaal op het vilt na 50 keer nat te zijn geworden.