Betekenis van:
abide

to abide
Werkwoord
  • kunnen gebruiken zonder last
  • put up with something or somebody unpleasant

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to abide
Werkwoord
  • als gast verblijven
  • dwell

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to abide
Werkwoord
  • dulden, gedogen, harden, velen, verduren
  • put up with something or somebody unpleasant

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to abide
Werkwoord
  • verblijven, huizen
  • dwell

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to abide
Werkwoord
  • kampen
  • put up with something or somebody unpleasant

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to abide
Werkwoord
  • doorstaan, doormaken, getroosten
  • put up with something or somebody unpleasant

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen