Betekenis van:
stomach

stomach
Zelfstandig naamwoord
  • deel van de romp tussen middenrif en bekkengordel, waarin de ingewanden liggen
  • the region of the body of a vertebrate between the thorax and the pelvis

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stomach
Zelfstandig naamwoord
  • holte onder middenrif
  • the region of the body of a vertebrate between the thorax and the pelvis

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stomach
Zelfstandig naamwoord
  • orgaan tussen slokdarm en dunne darm waarin het eten wordt verteerd
  • an enlarged and muscular saclike organ of the alimentary canal; the principal organ of digestion

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stomach
Zelfstandig naamwoord
    • an appetite for food
    "exercise gave him a good stomach for dinner"

    Hyperoniemen

    stomach
    Zelfstandig naamwoord
      • an inclination or liking for things involving conflict or difficulty or unpleasantness
      "he had no stomach for a fight"

      Hyperoniemen

      stomach
      Zelfstandig naamwoord
      • getokkel
      • an enlarged and muscular saclike organ of the alimentary canal; the principal organ of digestion

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      stomach
      Zelfstandig naamwoord
        • the region of the body of a vertebrate between the thorax and the pelvis

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        stomach
        Zelfstandig naamwoord
        • buikstreek, achterlijf, onderlijf, abdomen, onderbuik
        • the region of the body of a vertebrate between the thorax and the pelvis

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to stomach
        Werkwoord
        • kunnen gebruiken zonder last
        • put up with something or somebody unpleasant

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to stomach
        Werkwoord
          • bear to eat
          "He cannot stomach raw fish"

          Hyperoniemen

          to stomach
          Werkwoord
          • dulden, gedogen, harden, velen, verduren
          • put up with something or somebody unpleasant

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to stomach
          Werkwoord
          • kampen
          • put up with something or somebody unpleasant

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to stomach
          Werkwoord
          • doorstaan, doormaken, getroosten
          • put up with something or somebody unpleasant

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen