Betekenis van:
break off

to break off
Werkwoord
  • afsluiten
  • interrupt before its natural or planned end

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to break off
Werkwoord
  • door breken scheiden
  • break a small piece off from

Synoniemen

Hyperoniemen

to break off
Werkwoord
  • met geweld afscheiden
  • break a small piece off from

Synoniemen

Hyperoniemen

to break off
Werkwoord
  • met een schaar afsnijden
  • break a small piece off from

Synoniemen

Hyperoniemen

to break off
Werkwoord
  • door breken gescheiden worden van een groter geheel
  • break off (a piece from a whole)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to break off
Werkwoord
  • onderbreken
  • interrupt before its natural or planned end

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to break off
Werkwoord
  • losbeitelen
  • break off (a piece from a whole)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to break off
Werkwoord
  • afbreken
  • prevent completion
"break off the negotiations"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to break off
Werkwoord
    • break a piece from a whole

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to break off
    Werkwoord
    • staken
    • prevent completion
    "break off the negotiations"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    Werkwoord