Betekenis van:
calm

calm
Bijvoeglijk naamwoord
  • eenzaam; rustig
  • not agitated; without losing self-possession
"spoke in a calm voice"
"remained calm throughout the uproar"

Synoniemen

calm
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder rimpels
  • not agitated; without losing self-possession
"spoke in a calm voice"
"remained calm throughout the uproar"

Synoniemen

calm
Bijvoeglijk naamwoord
  • gesterkt van gemoed
  • (of weather) free from storm or wind
"calm seas"

Hyperoniemen

calm
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet of weinig in beweging
  • not agitated; without losing self-possession
"spoke in a calm voice"
"remained calm throughout the uproar"

Synoniemen

Hyperoniemen

calm
Zelfstandig naamwoord
  • korte bewusteloosheid
  • steadiness of mind under stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

calm
Zelfstandig naamwoord
  • toestand van rust of stilte
  • steadiness of mind under stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

calm
Zelfstandig naamwoord
  • ontbreken van wind
  • steadiness of mind under stress

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

calm
Zelfstandig naamwoord
    • wind moving at less than 1 knot; 0 on the Beaufort scale

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to calm
    Werkwoord
    • kalmeren; bedaren
    • make calm or still

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to calm
    Werkwoord
    • afkoelen, bedaren, dimmen, kalmeren
    • become quiet or calm, especially after a state of agitation

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to calm
    Werkwoord
      • cause to be calm or quiet as by administering a sedative to

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to calm
      Werkwoord
        • make steady

        Synoniemen

        Hyperoniemen