Betekenis van:
flourish

flourish
Zelfstandig naamwoord
  • muziekstuk voor blazers
  • (music) a short lively tune played on brass instruments
"he entered to a flourish of trumpets"

Synoniemen

Hyperoniemen

flourish
Zelfstandig naamwoord
  • geluid van trompetten
  • (music) a short lively tune played on brass instruments
"he entered to a flourish of trumpets"

Synoniemen

Hyperoniemen

flourish
Zelfstandig naamwoord
  • niet geslaagde stijlfiguur bij schrijven
  • a display of ornamental speech or language

Hyperoniemen

flourish
Zelfstandig naamwoord
    • a showy gesture
    "she entered with a great flourish"

    Hyperoniemen

    flourish
    Zelfstandig naamwoord
      • an ornamental embellishment in writing

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      flourish
      Zelfstandig naamwoord
        • the act of waving

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to flourish
        Werkwoord
        • gedijen, prospereren, welvaren, tieren
        • make steady progress; be at the high point in one's career or reach a high point in historical significance or importance

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to flourish
        Werkwoord
        • zwaaien
        • move or swing back and forth

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to flourish
        Werkwoord
        • floreren, bloeien
        • grow vigorously

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen