Betekenis van:
friendly

friendly
Bijvoeglijk naamwoord
  • sympathiek; aardig; aardig
  • characteristic of or befitting a friend
"friendly advice"
"a friendly neighborhood"
friendly
Bijvoeglijk naamwoord
  • vriendelijk; mild; hartelijk; vrijgevig
  • diffusing warmth and friendliness

Synoniemen

Hyperoniemen

friendly
Bijvoeglijk naamwoord
  • hartelijk
  • easy to get along with or talk to; friendly

Synoniemen

Hyperoniemen

friendly
Bijvoeglijk naamwoord
  • zachtaardig en vriendelijk
  • pleasant and agreeable

Synoniemen

Hyperoniemen

friendly
Bijvoeglijk naamwoord
    • of or belonging to your own country's forces or those of an ally
    "in friendly territory"
    "he was accidentally killed by friendly fire"
    friendly
    Bijvoeglijk naamwoord
      • easy to understand or use
      "user-friendly computers"
      "a consumer-friendly policy"
      friendly
      Bijvoeglijk naamwoord
        • inclined to help or support; not antagonistic or hostile
        "a government friendly to our interests"

        Synoniemen

        friendly
        Bijvoeglijk naamwoord
        • fideel, aardig, lief, voorkomend, vriendelijk
        • full of energetic and noisy activity

        Synoniemen

        friendly
        Bijvoeglijk naamwoord
        • bemoedigend, hartsterkend, hoopgevend, opbeurend, troostend
        • full or promise

        Synoniemen

        friendly
        Zelfstandig naamwoord
          • troops belonging to or allied with your own military forces

          Hyperoniemen