Betekenis van:
hair

hair
Zelfstandig naamwoord
  • alle haren bij elkaar; het bedekt zijn met haar; haren die (een deel van) het lichaam bedekken
  • a covering for the body (or parts of it) consisting of a dense growth of threadlike structures (as on the human head); helps to prevent heat loss
"he combed his hair"
"each hair consists of layers of dead keratinized cells"

Hyperoniemen

Hyponiemen

hair
Zelfstandig naamwoord
  • al de hoofdharen van een mens; het hoofdhaar; al de hoofdharen van een mens
  • a covering for the body (or parts of it) consisting of a dense growth of threadlike structures (as on the human head); helps to prevent heat loss
"he combed his hair"
"each hair consists of layers of dead keratinized cells"

Hyperoniemen

Hyponiemen

hair
Zelfstandig naamwoord
  • de op haren lijkende aanhangsels op de opperhuid van planten
  • filamentous hairlike growth on a plant

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

hair
Zelfstandig naamwoord
    • any of the cylindrical filaments characteristically growing from the epidermis of a mammal
    "there is a hair in my soup"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    hair
    Zelfstandig naamwoord
      • a very small distance or space
      "they escaped by a hair's-breadth"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      hair
      Zelfstandig naamwoord
      • roshaar
      • cloth woven from horsehair or camelhair; used for upholstery or stiffening in garments

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      hair
      Zelfstandig naamwoord
        • a filamentous projection or process on an organism

        Hyperoniemen

        Hyponiemen