Betekenis van:
mean

to mean
Werkwoord
  • bedoelen
  • mean or intend to express or convey
"You never understand what I mean!"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to mean
Werkwoord
  • een intentie hebben; voorhebben
  • have in mind as a purpose
"I mean no harm"
"I only meant to help you"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to mean
Werkwoord
  • betekenen
  • have a specified degree of importance
"My ex-husband means nothing to me"
"Happiness means everything"

Hyperoniemen

to mean
Werkwoord
    • destine or designate for a certain purpose
    "These flowers were meant for you"

    Hyperoniemen

    to mean
    Werkwoord
      • denote or connote
      "`maison' means `house' in French"
      "An example sentence would show what this word means"

      Synoniemen

      Hyponiemen

      to mean
      Werkwoord
      • behelzen, zeggen, betekenen, inhouden, omvatten
      • have as a logical consequence
      "The water shortage means that we have to stop taking long showers"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to mean
      Werkwoord
      • intenderen, bedoelen
      • mean or intend to express or convey
      "You never understand what I mean!"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to mean
      Werkwoord
        • intend to refer to
        "Yes, I meant you when I complained about people who gossip!"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to mean
        Werkwoord
        • neerkomen
        • have as a logical consequence
        "The water shortage means that we have to stop taking long showers"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        mean
        Bijvoeglijk naamwoord
        • laag; gemeen; van karakter
        • having or showing an ignoble lack of honor or morality
        "taking a mean advantage"
        "chok'd with ambition of the meaner sort"

        Synoniemen

        mean
        Bijvoeglijk naamwoord
        • gemeen; gemeen; gemeen
        • having or showing an ignoble lack of honor or morality
        "taking a mean advantage"
        "chok'd with ambition of the meaner sort"

        Synoniemen

        mean
        Bijvoeglijk naamwoord
          • (used of persons or behavior) characterized by or indicative of lack of generosity
          "a mean person"

          Synoniemen

          mean
          Bijvoeglijk naamwoord
            • excellent
            "famous for a mean backhand"
            mean
            Bijvoeglijk naamwoord
              • marked by poverty befitting a beggar
              "a mean hut"

              Synoniemen

              mean
              Bijvoeglijk naamwoord
                • characterized by malice
                "in a mean mood"

                Synoniemen

                mean
                Bijvoeglijk naamwoord
                  • approximating the statistical norm or average or expected value
                  "the mean annual rainfall"

                  Synoniemen

                  mean
                  Bijvoeglijk naamwoord
                    • of no value or worth

                    Synoniemen

                    mean
                    Bijvoeglijk naamwoord
                      • (used of sums of money) so small in amount as to deserve contempt

                      Synoniemen

                      mean
                      Zelfstandig naamwoord
                      • oplossing tussen de uitersten in; oplossing waarbij iedereen iets toegeeft; oplossing waarbij iedereen iets toegeeft
                      • an average of n numbers computed by adding some function of the numbers and dividing by some function of n

                      Synoniemen

                      Hyperoniemen

                      Hyponiemen

                      mean
                      Zelfstandig naamwoord
                      • moyenne
                      • an average of n numbers computed by adding some function of the numbers and dividing by some function of n

                      Synoniemen

                      Hyperoniemen

                      Hyponiemen