Betekenis van:
minor

minor
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet groots
  • limited in size or scope

Synoniemen

Hyperoniemen

minor
Bijvoeglijk naamwoord
    • of the younger of two boys with the same family name
    "Jones minor"
    minor
    Bijvoeglijk naamwoord
      • of lesser importance or stature or rank
      "a minor poet"
      "had a minor part in the play"
      minor
      Bijvoeglijk naamwoord
        • inferior in number or size or amount
        "a minor share of the profits"
        minor
        Bijvoeglijk naamwoord
          • of a scale or mode
          "the minor keys"
          "in B flat minor"
          minor
          Bijvoeglijk naamwoord
            • of lesser seriousness or danger
            "suffered only minor injuries"
            "some minor flooding"
            minor
            Bijvoeglijk naamwoord
              • not of legal age
              "minor children"

              Synoniemen

              minor
              Bijvoeglijk naamwoord
                • lesser in scope or effect
                "had minor differences"
                "a minor disturbance"
                minor
                Bijvoeglijk naamwoord
                • vergeeflijk, excusabel, pardonnabel, verschoonbaar
                • warranting only temporal punishment

                Synoniemen

                minor
                Bijvoeglijk naamwoord
                  • of your secondary field of academic concentration or specialization