Betekenis van:
modest

modest
Bijvoeglijk naamwoord
  • met deemoed; nederig; bescheiden
  • not large but sufficient in size or amount
"a modest salary"
"modest inflation"

Synoniemen

Hyperoniemen

modest
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet uitbundig
  • not large but sufficient in size or amount
"a modest salary"
"modest inflation"

Synoniemen

Hyperoniemen

modest
Bijvoeglijk naamwoord
  • geen te hoge gedachten van zichzelf hebbend, niet aanmatigend
  • low or inferior in station or quality
"a modest man of the people"

Synoniemen

modest
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet groots
  • limited in size or scope
"a newspaper with a modest circulation"

Synoniemen

Hyperoniemen

modest
Bijvoeglijk naamwoord
  • klein in maat of hoeveelheid
  • low or inferior in station or quality
"a modest man of the people"

Synoniemen

Hyperoniemen

modest
Bijvoeglijk naamwoord
  • mild; zachtaardig
  • humble in spirit or manner; suggesting retiring mildness or even cowed submissiveness

Synoniemen

modest
Bijvoeglijk naamwoord
    • marked by simplicity; having a humble opinion of yourself
    "a modest apartment"
    "too modest to wear his medals"
    modest
    Bijvoeglijk naamwoord
      • free from pomp or affectation
      "comfortable but modest cottages"
      modest
      Bijvoeglijk naamwoord
        • not offensive to sexual mores in conduct or appearance