Betekenis van:
nail

to nail
Werkwoord
  • bevestigen of in elkaar zetten met spijkers
  • attach something somewhere by means of nails
"nail the board onto the wall"

Hyperoniemen

to nail
Werkwoord
  • hard werpen, gooien
  • hit hard

Synoniemen

Hyperoniemen

to nail
Werkwoord
  • hard tegen een bal slaan
  • hit hard

Synoniemen

Hyperoniemen

to nail
Werkwoord
  • in hechtenis nemen
  • take into custody

Synoniemen

Hyperoniemen

to nail
Werkwoord
    • succeed in obtaining a position
    "He nailed down a spot at Harvard"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to nail
    Werkwoord
      • locate exactly
      "The chemists could not nail the identity of the chromosome"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to nail
      Werkwoord
      • doorzeilen
      • succeed at easily
      "She nailed her astrophysics course"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to nail
      Werkwoord
      • bespijkeren
      • complete a pass

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to nail
      Werkwoord
      • opleiden
      • take into custody

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      nail
      Zelfstandig naamwoord
      • hoornlaagje aan tenen en vingers
      • horny plate covering and protecting part of the dorsal surface of the digits

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      nail
      Zelfstandig naamwoord
      • puntig metalen staafje met kop; spijker
      • a thin pointed piece of metal that is hammered into materials as a fastener

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      nail
      Zelfstandig naamwoord
        • a former unit of length for cloth equal to 1/16 of a yard

        Hyperoniemen