Betekenis van:
pile up

to pile up
Werkwoord
  • bij je houden tot bepaald moment
  • accumulate money for future use

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to pile up
Werkwoord
  • een dodelijk ongeluk krijgen
  • arrange into piles or stacks

Synoniemen

Hyperoniemen

to pile up
Werkwoord
  • uit verschillende richtingen of bronnen bijeenbrengen
  • get or gather together

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to pile up
Werkwoord
  • niet uitgeven; geld niet uitgeven
  • save up as for future use

Synoniemen

Hyperoniemen

to pile up
Werkwoord
  • op iets laden
  • arrange into piles or stacks

Synoniemen

Hyperoniemen

to pile up
Werkwoord
  • ophopen; opstapelen; opstapelen; stapels maken; opstapelen; stapelen
  • arrange into piles or stacks

Synoniemen

Hyperoniemen

to pile up
Werkwoord
  • vergaren
  • save up as for future use

Synoniemen

Hyperoniemen

to pile up
Werkwoord
  • tot een hoop maken
  • arrange into piles or stacks

Synoniemen

Hyperoniemen

to pile up
Werkwoord
  • tot een stapel aangroeien
  • collect or gather

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to pile up
Werkwoord
  • aanstuiven
  • collect or gather

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to pile up
Werkwoord
  • opkruien
  • arrange into piles or stacks

Synoniemen

Hyperoniemen

to pile up
Werkwoord
  • samenscholen
  • collect or gather

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Tom usually lets dirty dishes pile up for a week, then he washes them.
  2. I always buy the English-language books I come across at bookstores. But since I never read them, all they do is pile up.
  3. Other, not of pile construction, made up
  4. Other, of pile construction, made up:
  5. Other, of pile construction, not made up:
  6. Other, not of pile construction, not made up: