Betekenis van:
plain

plain
Bijvoeglijk naamwoord
  • openlijk
  • free from any effort to soften to disguise
"the plain and unvarnished truth"

Synoniemen

plain
Bijvoeglijk naamwoord
  • volkomen zuiver
  • free from any effort to soften to disguise
"the plain and unvarnished truth"

Synoniemen

plain
Bijvoeglijk naamwoord
  • duidelijk
  • clearly revealed to the mind or the senses or judgment
"made his meaning plain"
"it is plain that he is no reactionary"

Synoniemen

Hyperoniemen

plain
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder pretentie
  • lacking in physical beauty or proportion
"a plain girl with a freckled face"

Synoniemen

Hyperoniemen

plain
Bijvoeglijk naamwoord
  • eenkleurig; van één kleur
  • lacking in physical beauty or proportion
"a plain girl with a freckled face"

Synoniemen

plain
Bijvoeglijk naamwoord
  • duidelijk en bepaald
  • clearly revealed to the mind or the senses or judgment
"made his meaning plain"
"it is plain that he is no reactionary"

Synoniemen

Hyperoniemen

plain
Bijvoeglijk naamwoord
  • klaarblijkelijk; evident
  • clearly revealed to the mind or the senses or judgment
"made his meaning plain"
"it is plain that he is no reactionary"

Synoniemen

plain
Bijvoeglijk naamwoord
  • exact; woord voor woord
  • lacking embellishment or ornamentation
"a plain hair style"

Synoniemen

plain
Bijvoeglijk naamwoord
  • waarneembaar
  • clearly revealed to the mind or the senses or judgment
"made his meaning plain"
"it is plain that he is no reactionary"

Synoniemen

Hyperoniemen

plain
Bijvoeglijk naamwoord
    • not mixed with extraneous elements
    "plain water"

    Synoniemen

    plain
    Bijvoeglijk naamwoord
      • not elaborate or elaborated; simple
      "plain food"
      "stuck to the plain facts"
      plain
      Bijvoeglijk naamwoord
      • onbewerkt
      • lacking embellishment or ornamentation
      "a plain hair style"

      Synoniemen

      plain
      Bijvoeglijk naamwoord
      • gepatenteerd
      • clearly revealed to the mind or the senses or judgment
      "made his meaning plain"
      "it is plain that he is no reactionary"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      plain
      Bijvoeglijk naamwoord
        • lacking patterns especially in color

        Synoniemen

        to plain
        Werkwoord
        • klachten uiten
        • express complaints, discontent, displeasure, or unhappiness
        "My mother complains all day"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        plain
        Zelfstandig naamwoord
        • terrein; uitgestrekt gebied met nauwelijks tot geen relief
        • extensive tract of level open land
        "they emerged from the woods onto a vast open plain"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        plain
        Zelfstandig naamwoord
          • a basic knitting stitch

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          plain
          Bijwoord
          • gewoonweg, doodgewoon, eenvoudig, ronduit, gewoon
          • unmistakably (`plain' is often used informally for `plainly')
          "You are plainly wrong"
          "he is plain stubborn"

          Synoniemen