Betekenis van:
sheer

sheer
Bijvoeglijk naamwoord
  • driedubbel; drievoudig; driema(a)l(ig)
  • complete and without restriction or qualification; sometimes used informally as intensifiers
"got the job through sheer persistence"
"sheer stupidity"

Synoniemen

Hyperoniemen

sheer
Bijvoeglijk naamwoord
  • heel dun
  • so thin as to transmit light
"sheer silk stockings"

Synoniemen

sheer
Bijvoeglijk naamwoord
    • complete and without restriction or qualification; sometimes used informally as intensifiers
    "got the job through sheer persistence"
    "sheer stupidity"

    Synoniemen

    sheer
    Bijvoeglijk naamwoord
      • very steep; having a prominent and almost vertical front
      "a sheer descent of rock"

      Synoniemen

      sheer
      Bijvoeglijk naamwoord
        • not mixed with extraneous elements
        "sheer wine"

        Synoniemen

        to sheer
        Werkwoord
        • een botsing voorkomen; opzij gaan
        • turn sharply; change direction abruptly

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to sheer
        Werkwoord
          • cause to sheer
          "She sheered her car around the obstacle"

          Hyperoniemen

          to sheer
          Werkwoord
          • afzwenken, evolueren, uitzwenken, zwaaien, zwenken
          • turn sharply; change direction abruptly

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          sheer
          Bijwoord
            • directly
            "he fell sheer into the water"
            sheer
            Bijwoord
              • straight up or down without a break

              Synoniemen